Praktische informatie

  • Voor: leraren VO
  • Duur: 2 dagdelen
  • Data: volgen
  • Tijden: 13.00-17.00 uur
  • Trainer: Bert van Minnen
  • Locatie: regio Utrecht
  • Prijs: € 375,00 inclusief lunch, koffie/thee

zYXnfickNV
Totaal: 9 uur

Training Wees nieuwsgierig

In veel lessen licht de nadruk op wat kinderen moeten denken in plaats van hoe ze moeten leren denken. De docent bepaalt wat en hoe er wordt geleerd. Methode, toets, boek of PTA zijn leidend. Dit doet veelal geen recht aan de verscheidenheid van kinderen en leidt tot minder gemotiveerde kinderen. Die gemotiveerde kinderen krijg je immers vooral door recht te doen aan hun competenties, door met hen verbonden te zijn en door hen autonomie te verlenen (Deci & Ryan (1985).

Gemotiveerde kinderen zijn meer betrokken en zullen betere resultaten halen. Daarbij speelt de docent een cruciale rol in zijn houding, in zijn communiceren en in zijn mate van nieuwsgierig zijn.

Docent is een prachtig beroep, maar niet altijd even makkelijk. Er zijn soms kinderen die niet luisteren, die onderpresteren of je hebt een klas waar je maar geen binding mee krijgt. Hoe ga je daarmee om? Wat doe jij wel en wat doe jij niet? En is dat effectief? Doe je de goede dingen? Doe je dingen goed? Hoe (m)weet je dat? Daar ligt dan een mooie, maar ook lastige uitdaging voor jou als docent.

Deze training gaat over die uitdaging, welke vooral bepaald wordt door eigen overtuigingen en daaraan gekoppelde het eigen (non)verbale gedrag (houding) van u als docent. Ik daag u uit om deze overtuigingen te bespreken om nieuwe oplossingen te vinden en uw vaardigheden te vergroten. Deze training maakt voor u inzichtelijk wat u zelf doet als docent  (zichtbaar gedrag), maar ook wat u denkt en wilt (onzichtbaar gedrag). Dit is namelijk belangrijk om de eigen acties richting kinderen onder de loep te nemen.

In dit deel zullen de volgende vragen worden besproken:

  1. Welke situaties in de klas vind u lastig? Welke kinderen(en)?
  2. Welke overtuigingen zitten hieronder / heeft u?
  3. Welke (pedagogische) interventies heeft u? Zijn die effectief?
  4. Hoe veilig is het in uw klassen? Hoe weet u dat?
  5. Wat is uw voornaamste ontwikkelingspunt?

U leert uw eigen gedrag beter waarnemen en onderzoekt welke (pedagogische) interventies u hanteert en hoe effectief deze zijn. Daarvoor is het nodig om stil te staan bij de eigen communicatie en manier van werken. Deze eerste training is vooral een bewustwording van uw eigen houding en reflecteert u op het effect van uw eigen gedrag. Allicht gaat u anders kijken en kunt u dit integreren in uw bestaande manier van lesgeven.

Met deze bewustwording worden in het tweede dagdeel interventies aangeboden waarbij de focus ligt op contact met het kind achter de leerling. Er wordt weinig aandacht besteed aan het onzichtbare gedrag van een kind. Wat denkt of wil dat kind, wat ervaart en/of voelt hij (onzichtbaar gedrag)? Er zullen handreikingen worden gedaan om de relatie met kinderen te verbeteren. Vaak gaat het dan om afspraken over het graag geziene gedrag van een kind en/of het minder sturen op het leerproces van het kind. De inzet is om meer in gesprek te gaan met leerlingen om hen zo meer eigenaar te laten worden van hun eigen leerproces. We gaan daarbij aandacht besteden aan:

  1. De richting die u op wil
  2. De ruimte die u biedt
  3. De resultaten die u verlangt

Deze drie aandachtspunten worden dan vertaald in concrete acties richting kinderen en hoe dit zo effectief mogelijk kan. Daarbij is nieuwsgierigheid de ingang bij lastige situaties in een klas. Die ingang wordt te weinig gebruikt. Belangrijke gereedschappen in die concretisering zijn: escalatieladder, verwachtingen (uitspreken), leerdoelen, activeren voorkennis, complete instructie, gerichte feedback, toetsen als  polsstok en afsluiten.